Fietsafspraken

Algemeen
Fietsen is leuk en samen fietsen is nog leuker!
Maar bij het fietsen in een groep heb je meer kans op een ongeval: je rijdt dicht op je voorganger om uit de wind te blijven en je hebt minder zicht. Om het plezierig en veilig te houden zijn er gedragsregels opgesteld. De leden worden geacht zich gedisciplineerd te gedragen en zich te houden aan de algemeen geldende verkeersregels en aan de gedragsregels van de FTC Rosmalen.
Het fietsen gebeurt op eigen risico, daarom moet iedereen zelf blijven kijken en elkaar scherp houden/controleren. En vooral: samen uit, samen thuis.
Het plezierig en veilig fietsen vinden wij belangrijker dan de snelheid. Het dragen van een valhelm en het hebben en (zo nodig) gebruiken van een fietsbel is
daarom verplicht. Tijdens het fietsen worden deze afspraken bewaakt door de wegkapitein. Ook wordt iedereen geacht te rijden met deugdelijk materiaal en in bezit te zijn van voldoende reservemateriaal, Tevens wordt er gereden in uniforme  FTC-clubkleding.

1. Route
De ritten op zondag worden verreden volgens het jaarprogramma van de FTC Ros­malen. Hierin staan voor elke rit de aanvangstijd, de naam van de routeman, de
afstand en de bestemming/pauzeplek vermeld. Bij de start wordt een wegkapitein aangewezen.
Voor de ritten op de woensdag en vrijdag (ochtend  en/of avond) is er geen voor­af opgesteld programma. Bij de start worden in overleg de afstand bepaald en een
routeman en wegkapitein aangewezen.
De vertrekplaats is: Cafe zaal D’n Beer, Dorpstraat 77, 5241 EB Rosmalen.

2. Routeman
Tijdens de Algemene Leden Vergadering (ALV) is afgesproken dat ieder lid jaarlijks minimaal één route uitzet. Wij willen een club zijn vóór en dóór de leden!
Bij het uitzetten moet rekening gehouden worden met de aangegeven afstand, de voorgestelde afwisselende rijrichting, een veilige (vermijd drukke  en smalle
fietspaden) en aantrekkelijke ( zoveel mogelijk in de natuur) fietsroute en een pauze/koffie plek  (eventueel van te voren reserveren)! De routeman ontvangt positieve feedback om zijn route nog mooier/veiliger te maken.
Alleen de routeman bepaalt de rij-richting/route, hierover wordt niet gediscussieerd! De routeman geeft duidelijk en tijdig de richting aan met armsignaal (li/re/rechtdoor) en roepend (li/re/rechtdoor).
De routeman blijft rijden in de voorste 3 koppels, wisselt normaal mee, en doet ook kopwerk. Als hij als 3e man rechts rijdt, wisselt hij weer naar de 3e plek links. Indien de routeman onverhoopt verhinderd is draagt hij zelf zorg voor een vervangende routeman en eventuele afzegging  van de koffie-plek.

3. Wegkapitein
De wegkapiteins  worden benoemd  in de ALV. De belangrijkste taak van de wegkapitein  is  de groep op een plezierige en veilige manier te begeleiden. De wegkapitein handelt volgens de verkeersregels en de gedragsregels  van de FTC Rosmalen. Hij durft/moet de leden aanspreken op het niet nakomen van de gemaakte afspraken en als er fouten worden gemaakt, die de veiligheid  van de groep en andere weggebruikers  in gevaar brengen. De leden dienen er voor te zorgen dat dit zo min mogelijk nodig is.
a.  In stilstand bij start, na koffiestop en na stop onderweg.
Eén keer  lang  en rustig fluitsignaal.
Betekent: Attentie! Let op! Maak je klaar voor vertrek.
(De wegkapitein heeft zich er natuurlijk zorgvuldig van overtuigd dat iedereen klaar is om te vertrekken bv koffie op, lekke band helemaal hersteld, sanitaire stop succesvol afgerond, we staan klaar bij de fiets, helm op.)
b.  Tijdens het fietsen.
Eén keer  lang  en rustig fluitsignaal.
Betekent: Attentie! Let op! We gaan zo snel mogelijk stoppen op een
verantwoorde manier en op een veilige plek.
Waarschuw de wegkapitein als je problemen  hebt met je fiets of een sanitaire stop wil. De wegkapitein zoekt een geschikte plaats en geeft het fluitsignaal  om te stoppen. Samen vertrekken we dan weer na het vertrek-fluitsignaal van de wegkapitein.
Twéé keer  half lang  en hard  fluiten.
Betekent: Attentie! Let op! Auto achter. Zonder om te kijken  gaan de rechtsrijders
onmiddellijk zoveel mogelijk  naar rechts om plaats  te maken voor de inschuivende linksrijders. De linksrijders schuiven nu afhankelijk van de breedte  van de weg
geheel (één op één) of gedeeltelijk in. Hiermee willen we het verwarrende en hinderlijke geroep van achteren voorkomen.
Drie  keer  kort en rustig fluiten.
Betekent: Attentie! Let op! We fietsen niet meer als groep!  De koprijders
verminderen vaart en laten iedereen weer aansluiten. Denk hierbij aan splitsing
van groep bij rood licht, te hoge snelheid koprijders, te hard optrekken na bocht. Hiermee willen we voorkomen  dat iemand langs de groep naar voren moet rijden en begint te schreeuwen: “Kan het niet ’n tandje minder” of iets dergelijks.
De koprijders spelen een zeer belangrijke – zo niet – dé belangrijkste rol bij het goed en snel opvolgen van de fluitsignalen!
De wegkapitein  rijdt achter in de groep/laatste positie, en heeft daardoor overzicht op de gehele groep en op het achteropkomend verkeer.
De wegkapitein houdt  (schriftelijk) een presentielijst bij van elke rit.

4. Warming up & Cooling down
De eerste vijf  tot tien kilometer komt de snelheid  niet boven 30 km/uur en dat geldt ook voor de laatste vijf kilometers. Er wordt dan niet meer “weg gesprint”. We rijden als één groep Rosmalen weer binnen. Niet meer wisselen. De koprijders zorgen hiervoor.

5. Kopwerk
De veiligheid en het plezier in het fietsen hangt  in grote mate af van het gedrag van de koprijders! Zij moeten goed aanvoelen welke snelheid gewenst/mogelijk is
en goed communiceren met de wegkapitein  en zijn fluitsignalen correct en onmiddellijk opvolgen.
Na een kruising, bochten/of lastige situatie houden de koprijders het tempo in totdat  de groep weer aaneengesloten is. Op smalle en onveilige wegen passen de
koprijders ook de snelheid aan en gaan achter elkaar (één op één) of half naast elkaar rijden.
Afgesproken is dat iedereen kopwerk  verricht naar vermogen. Uitgangspunt hierbij: elk lid maximaal vijf kilometer op kop, 2,5 km links en 2,5 km rechts. Maar afhankelijk van conditie/weersomstandigheden kan dit korter zijn. Elk lid bepaalt dit zelf. Dit betekent dat er leden zijn die langer kopwerk  verrichten  en andere minder. Er zijn steeds 2 koprijders. Ze rijden naast elkaar in hetzelfde tempo.

6. Tempo
Hier ligt één van de grootste problemen bij het fietsen in groepsverband. Veel, ook ervaren fietsers zijn moeilijk in staat om met een regelmatig tempo te fietsen, waardoor  er onrust in de groep ontstaat met alle gevaar van dien! Let maar eens op hoe vaak er een half wiel voor of achter de buurman of buurvrouw gefietst wordt! Er ontstaat dan een” jojo-gedrag” en de hele rij verschuift een halve meter t.o.v. de andere rij. De kunst is een zo regelmatig mogelijk tempo aan te houden, dit bevordert de rust in de groep!  Als iemand het tempo niet aan kan dan geeft hij dit door aan de wegkapitein. Deze neemt vervolgens maatregelen.
Binnen de bebouwde kom wordt er niet harder gereden dan 30 km/uur. Bij een klim wordt er bovenaan gewacht tot de laatste boven is.
Tijdens de rit kan er, als de omstandigheden dit toelaten,naar behoefte “weg gesprint” worden. Het wegsprinten gebeurt van achter uit de groep. De beide koprijders blijven altijd zitten en het tempo mag door de koprijders niet langzaam opgevoerd worden om de wegsprinters in te halen. Bij fout rijden van de
wegsprinters vervolgt de groep de aangegeven route van de routeman in hetzelfde tempo. De wegsprinters worden  geacht op eigen kracht en op eigen verantwoordelijkheid in de groep terug te komen. Ook achter in de groep kun je intervallen: afzakken en weer terugsprinten (heeft  voorkeur).

7. Wisselen van plaats
We hebben op de ALV gekozen voor een andere manier van wisselen. Het Paternostersysteem. De koprijder met de minste conditie bepaalt hierbij altijd het moment van wisselen. Zit hij links dan moet hij kenbaar maken aan de rechtse rijder dat hij wil wisselen /naar rechts  wil door iets te versnellen, waarbij de hele rij links volgt. Zodra hij een fietslengte voor de rechter kopfietser zit gaat hij naar rechts, terwijl de rijder achter hem links op kop gaat rijden. De koprijder rechtsvoor komt dan in het tweede wiel rechts te rijden, ook al heeft hij nog geen 2,5 kilometer op kop gezeten. De rechtse rij blijft hetzelfde  tempo rijden. In verband met veiligheid  is het verstandig alleen op rechte en overzichtelijke stukken  te wisselen. Probeer steeds de groep zo gesloten mogelijk te houden. Laat geen gaten vallen.

8. Signalen
We zijn verplicht elkaar te waarschuwen voor (dreigende) onveilige situaties.
Overdrijf het echter niet, want dat is irritant voor medeweggebruikers en medefietsers en heeft een averechts effect. Voorkeur voor wijzen/armsignaal, dit geeft minder  onrust en lawaai in de groep, altijd aan de juiste zijde duidelijk aangeven,en dit teken ook naar achter in de groep herhalen!
• Gat in de weg:
Wijzen met hand in richting  en roepen GAT  !!
• Grind/zand op de weg:
Wijzen met hand in richting en eventueel roepen GRIND/ZAND!!
• Tegenligger of geparkeerde auto/obstakel:
Armbeweging naar achteren aan kant van tegenligger/obstakel en eventueel roepen TEGEN!!
• Paaltje(s):
Wijzen met hand in richting en eventueel roepen PAALTJE(S) !!
Bij de meeste signalen kan met dezelfde snelheid worden doorgereden. Doe dit dan ook om onrustig  rijgedrag te voorkomen. Indien er langzamer moet worden gereden zal de wegkapitein drie keer kort fluiten. Kijk niet achterom om te zien of je achterligger veilig langs het gevaar komt, de kans is groot dat jij dan je voorligger raakt. Als er iemand naast of achter je valt, rem dan niet plotseling maar verminder langzaam snelheid. Je kunt aan die valpartij toch niets meer doen.

9. Overige afspraken
• Een kruising wordt als groep overgestoken. Overtuig je bij het oversteken of dit zonder gevaar kan, ga dus nooit blind af op je voorganger;
• Nooit abrupt van richting veranderen of remmen;
• Blijf beleefd tegen andere weggebruikers. Schelden helpt nooit! Vriendelijkheid wel!
• Als we voorrang krijgen waarop we geen “recht” hebben, geef dan even een bedankje, dit geeft de andere weggebruiker een “goed gevoel” en hij of zij zal dit vaker doen;
• Vooruitkijken is erg belangrijk in een groep. Kijk niet alleen naar je directe voorganger, maar ook verder naar voren: komt  er een bocht of obstakel aan? Wie goed anticipeert, hoeft bijna niet te remmen, omdat hij op tijd even de benen stil houdt;
• Passeer een fietser of wandelaar op gepaste snelheid en ruim. Gebruik je bel;
• Gooi afval in een afvalbak, nooit in de berm;
• Nieuwe deelnemers worden opgevangen en begeleid bij voorkeur door de aangever;
• Bij pech wordt  er gewacht en geholpen bij de reparatie;
• Gebruik een zakdoek. Probeer “spetteren” te voorkomen;
• Neem een telefoon/NTFU- kaart  mee voor eventuele noodgevallen.